Nieuws
Patiëntensymposium: concentratie in de zorg
16-02-2012
Heeft u volgend jaar uw eigen hematoloog nog?
Op 25 tot en met 27 januari werd in Arnhem het jaarlijkse Nederlandse Hematologie Congres gehouden. Hematologen, internisten, verpleegkundigen en andere belanghebbenden bespreken hier met elkaar de laatste ontwikkelingen op het gebied van hematologie. Het congres wordt georganiseerd door de HOVON en de Nederlandse Vereniging voor Hematologie.
Op 26 januari was er een patiëntensymposium voor hematologen en vertegenwoordigers van patiëntenorganisaties. Het thema van dit jaar was de concentratie van de zorg. Is concentratie van de hematologische zorg wenselijk en wat zijn de gevolgen van voor patiënten? Raak je je eigen hematoloog kwijt, omdat je naar een ander, gespecialiseerd ziekenhuis moet, waar je ook verder voor moet reizen?
Na een korte inleiding op het onderwerp door professor Peter Huijgens, voorzitter van de HOVON, krijgen vier gastspreker de kans om hun visie te geven en de discussie met elkaar en de toehoorders aan te gaan. Het zijn:
- Olivier Gerrits, vertegenwoordiger van zorgverzekeraar Achmea
- Marc Hendriks, directeur bedrijfsvoering van het Maxima Medisch Centrum
- Gertjan Timmers, hematoloog uit het Amstelveense Amstelland ziekenhuis en
- Fred Lindhout, bestuurslid en plaatsvervangend voorzitter van de NFK
Concentratie van de zorg is goed voor iedereen
De eerste spreker is Fred Lindhout. Hij stelt dat concentratie van de zorg goed is voor alle partijen. Lindhout pleit voor specialisatie en niet voor concentratie als doel op zich.
Patiënten krijgen betere zorg omdat de artsen zich specialiseren en daardoor betere resultaten behalen. Je kunt volgens Lindhout als arts namelijk niet overal goed in zijn. Verder noemt hij als voordeel de kostenbesparing.
Gertjan Timmers vraagt zich af wie jou als patiënt garandeert dat je voor de follow-up weer terug kunt naar je regionale ziekenhuis. Misschien is er geen hematoloog meer, die is dan naar een groot ziekenhuis vertrokken. Een natraject heeft ook kennis nodig en naarmate een patiënt ouder wordt, zullen er meer ziektes ontstaan naast de leukemie die ook in een regionaal ziekenhuis behandeld kunnen worden.
Centraal als het moet, decentraal als het kan
Hematoloog Gertjan Timmers laat als grapje een plaatje van het gezonken cruiseschip Costa Concordia zien. Concentratie is niet altijd een verbetering: alles op één plek lijkt handig, maar het maakt je kwetsbaar. Gelach in de hele zaal.
Hij vergelijkt de hematologische zorg van regionale en academische centra met elkaar en geeft aan dat je weliswaar als patiënt voor hoog-complexe zorg, transplantaties en kennis van de nieuwste methodes het beste terecht kunt in een academisch ziekenhuis, maar dat een regionaal ziekenhuis ook voordelen heeft. Je wordt er meestal behandeld door dezelfde arts, je krijgt je arts direct aan de telefoon wanneer je een vraag hebt en je hoeft voor zorg niet zo ver te reizen. De arts kan intensief contact hebben met de huisarts, de dagbehandelingen worden uitgevoerd volgens richtlijnen en er is altijd plek in het ziekenhuis voor kankerpatiënten. Tot slot zijn de kosten lager.
Timmers vindt het niet raadzaam om alle hemato-oncologische zorg uit de kleinere ziekenhuizen te laten verdwijnen; wanneer de basiszorg uit de regio verdwijnt, dan zal er een oneigenlijke stroom patiënten naar de grotere centra ontstaan. Basiszorg kan in de buurt en als er complexere zorg nodig is, dan verwijst hij door naar een academisch ziekenhuis.
Hij ziet samenwerking als meer dan een som der delen; er dient altijd overleg plaats te vinden met specialisten uit de grotere centra en patiënten kunnen daar altijd terecht voor een second opinion.
Inge Diepman vraagt aan Olivier Gerrits van Achmea of de verzekeraar vindt dat de hematologische basiszorg moet verdwijnen uit de kleine ziekenhuizen en wie daarover het laatste woord heeft?
Gerrits: ‘Het gaat niet om concentratie van de hematologische zorg, maar om specialisatie. Volumenormen (zie kader voor uitleg) zijn niet bepalend, hoewel niet alle verzekeraars het daarmee eens zijn. De verzekeraars hebben niet het laatste woord, er wordt overlegd met de beroepsvertegenwoordigers’.
Economische redenen voor centralisatie
Olivier Gerrits van Achmea benadrukt het kostenaspect van de zorg. De kosten van de gezondheidszorg moeten in de toekomst acceptabel blijven. Door de zorg te concentreren kun je kosten besparen maar het is geen doel op zich. Verlies als verzekeraar de patiënt niet uit het oog. Een juist uitgevoerd behandelplan kan helpen om een goede kwaliteit te waarborgen.
Weinig inzicht in zorgkosten
Ziekenhuisdirecteur Marc Hendriks is als laatste aan de beurt. Hij probeert ook een antwoord te vinden op de vraag waarom concentratie van zorg nodig is.
Bij complexe zorg gaat het niet alleen om die ene specialist maar om het hele team eromheen. Dat is een reden om enige mate van concentratie te bepleiten. Dure materialen en middelen kunnen dan centraal efficiënter en intensiever ingezet worden.
Concentratie zou goed zijn voor de kwaliteit en de kosten van de zorg.
Het is moeilijk om vast te stellen wat de kosten per behandeling dan precies zijn, de verzekeraars en de overheid hebben daar nauwelijks inzicht in. Dat komt door de ingewikkelde declaratiestructuren in de zorg.
Hendriks stelt dat patiënten voor goede zorg bereid zijn te reizen. Bovendien maken de technologische ontwikkelingen op het gebied van internet en mail het contact tussen patiënt en arts eenvoudiger, de afstand tussen zorgverlener en patiënt wordt steeds kleiner.
Patiënten denken mee
Ook al zijn we nog lang niet uitgediscussieerd, de tijd is om en Peter Huijgens stelt concluderend dat concentratie in de zorg niet opgelegd dient te worden, maar vanzelf moet ontstaan.
Volgens Huijgens is er een toekomst weggelegd voor de zogenaamde ‘population based registry’. Het HOVON heeft richtlijnen opgesteld voor de behandeling van hemato-oncologische aandoeningen. Elke patiënt met een hematologische kanker wordt vanaf de diagnosestelling middels een registratiesysteem ieder half jaar gevolgd. Op die manier kan bekeken worden of de behandeling die de patiënt krijgt, een effectieve handeling is en wat de kosten zijn. De HOVON voert de discussie over deze manier van registratie met de farmaceutische industrie en verzekeringsmaatschappijen. De patiëntenverenigingen zijn nog geen participant. Het wordt volgens Peter Huijgens tijd om daar samen naar te gaan kijken.
Achtergrond van de discussie Concentratie in de zorg
Om de kwaliteit van de zorg te verbeteren en kosten te besparen worden er nu en in de toekomst maatregelen genomen. In de nota Zorg die werkt van het Ministerie van VWS staat dat er in 2012 volume- en kwaliteitsnormen voor hoogcomplexe, laagvolume (top)zorg moeten worden geformuleerd en ook geïmplementeerd. Dat wil zeggen dat voor bepaalde moeilijke behandelingen er een norm van minimaal twintig ingrepen per jaar gaat gelden. De redenering hierachter is dat een arts die vaak dezelfde ingreep of behandeling uitvoert, meer ervaren en bedreven is en dus een betere kwaliteit levert.
Wanneer je niet aan die norm voldoet, kan het gebeuren dat de ziektekostenverzekeraar geen contract meer afsluit met het ziekenhuis voor die bepaalde behandeling. Ziekenhuizen worden op die manier gedwongen zicht te specialiseren.
De Regieraad Kwaliteit van de zorg (ingesteld door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, bestaande uit onafhankelijke deskundigen) heeft een advies uitgebracht om de zorg in Nederland te herstructureren: meer concentratie, specialisatie en samenwerking. De raad pleit voor 51 volwaardige kernziekenhuizen met daar omheen satellietziekenhuizen, waar de minder complexe zorg plaatsvindt.
Behalve het ministerie van VWS proberen ook de Inspectie van de Gezondheidszorg, de zorgverzekeraars en de medische beroepsgroepen de concentratie vorm te geven.
door Atie Frederiks
