Hoe weten de artsen dat ik leukemie heb?


Als u te horen krijgt dat u leukemie hebt, is de schrik natuurlijk groot. Vaak komen er dan veel vragen op over levensverwachting en behandelmogelijkheden. Mogelijk vraagt u zich ook af hoe de artsen tot de diagnose leukemie zijn gekomen.

Het vaststellen dat iemand leukemie heeft gebeurt in het laboratorium door allerhande tests uit te voeren. Alle uitkomsten van deze testen worden door de arts geïnterpreteerd en leiden hem of haar tot de conclusie, dat de patiënt inderdaad leukemie heeft (of niet!). Het draait bij de testen om een aantal hoofdzaken:

1) De bloedwaarden. Dat wil zeggen de aantallen bloedcellen (de rode, de witte, en de bloedplaatjes). Verder is van groot belang, hoe die bloedcellen er onder de microscoop uitzien.

2) De zogenaamde flow cytometrie en immunofenotypering. Dat wil zeggen dat met behulp van apparatuur (de flow cytometer) en bepaalde reagentia de bloedcellen nader geanalyseerd. Dit dient om te bepalen welke soort van alle bloedcellen nu de kwaadaardige cel is.

3) De cytogenetica. Dit wil zeggen dat men met behulp van bepaalde stoffen in een reageerbuis en met behulp van de microscoop de chromosomen van de (kwaadaardige) cellen zichtbaar kan maken. De eventuele afwijkingen in die chromosomen zeggen iets over de leukemie, alsook over de prognose voor de patiënt.

4) Vaststellen van moleculaire afwijkingen in de chromosomen of, anders gezegd, afwijkingen in het DNA. Ook dit heeft te maken met het vaststellen welke vorm van leukemie men heeft, maar het kan ook iets zeggen over de ernst ervan.

In de bijlagen vindt u nadere informatie over bloedwaarden, flow cytometrie en immunofenotypering en over de cytogenetica.

Privacy statement

Disclaimer

Colofon

Stichting Contactgroep Leukemie is aangesloten bij de NFK en wordt financieel gesteund door KWF Kankerbestrijding